31 augustus 2026

Paul Moers | Van retail in Zuid-Korea valt heel wat te leren

De laatste cijfers over de ontwikkeling van retail laten een somber beeld zien. De kleding-, schoenen- en woonwinkels laten een lichte stijging in omzet zien die de inflatie echter niet kan compenseren. Alleen drogisterijen vormen een uitzondering. Dat heeft met name te maken met een steeds groeiende behoefte aan verzorgingsproducten. De toenemende onzekerheid speelt een grote rol. Klimaatproblemen, oorlogen, importheffingen en angst om vanwege AI je baan kwijt te raken zorgen ervoor dat consumenten de hand nog te veel op de knip houden.

 

Is het dan alleen maar somberheid en liggen er geen kansen meer? Gelukkig zijn die er zeker voor de Nederlandse retail. Zo is er het goede nieuws dat generatie Z weer heel graag naar fysieke winkels gaat. Bovendien zijn steeds meer steden hun winkelstraten aan het herinrichten. Denk maar aan Groningen, Zaandam, Hengelo, Almelo, enz. Daar liggen dus kansen om bezoekers te verleiden tot een aankoop. Dan moet de Nederlandse retail wel een aantal stappen gaan zetten en vooral inspelen op de verandering. Die verandering in consumentengedrag na corona is blijkbaar bij een aantal ondernemers helaas onvoldoende doorgedrongen. Met je winkel bezig zijn zoals dat voor corona gebeurde, kan eenvoudigweg niet meer. Ondernemers die de verandering wel doorhadden, hebben zich geweldig weten aan te passen. Denk maar aan een bedrijf als HEMA dat zichzelf van de ondergang wist te redden door het roer radicaal om te gooien. Als het een grote keten lukt, dan moet het een kleine zelfstandige winkel toch zeker lukken, want die is immers maximaal flexibel.

 

Ik heb net ruim vier weken rondgereisd door Zuid-Korea om inspiratie op te doen over hoe de retail het daar aanpakt. Opvallend is dat een rijk land als Zuid-Korea vrijwel geen leegstand kent. Wat zijn een aantal lessen die we hier ook kunnen gebruiken en waar zowel grote als kleine zelfstandige winkels hun voordeel mee kunnen doen?

 

  • Winkels in Zuid-Korea besteden heel veel aandacht aan het neerzetten van een eigen en unieke identiteit. Winkels lijken daarom niet op elkaar, maar zijn echt verschillend. Daardoor wordt het straatbeeld meteen veel interessanter en uitdagender. Er valt echt wat te ontdekken. Winkels weten op deze manier klanten te binden en te boeien. Ze weten de nieuwsgierigheid van de passanten op te wekken.

  • Winkels besteden heel veel aandacht aan de aankleding van de winkel. Met allerlei materialen wordt een winkel spannend gemaakt. Dat gebeurt op een heel creatieve manier waar mensen ook echt voor stil blijven staan. Daardoor valt er ook echt wat te beleven. Het mooie is dat dit vaak gebeurt met minimale kosten. Hier zomaar een voorbeeld:

  • Winkels besteden veel aandacht aan het leveren van zekerheid. Daarvoor wordt vaak techniek gebruikt. Zo zie je in verzorgingswinkels apparatuur waarmee je heel snel een huidscan kunt maken. Zo weet je precies wat je nodig hebt.
  • De winkelstraten zijn bezaaid met hoogwaardige koffiezaken. Die worden massaal bezocht. Daardoor wordt publiek de winkelstraat in getrokken. Dit leidt tot drukte en gezelligheid. Niets is immers zo erg als een rustige winkelstraat met weinig publiek.
  • Winkels zetten de klant volledig op nummer één. Geen enkele medewerker zit op zijn of haar telefoon. Is er even geen klant, dan maken ze meteen de winkel weer schoon en zetten of leggen alles recht. Iedere winkel oogt daarom als een plaatje.
  • Winkelpersoneel is altijd in staat om een goede uitleg te geven over de producten. Ze staan continu voor je klaar om je te helpen. Personeel is uitstekend op de hoogte. Klanten worden op deze manier in de watten gelegd, en dat zorgt ervoor dat vrijwel niemand de prijzen op de telefoon gaat vergelijken. Er wordt zodoende veel vaker gekocht. Na zo’n goede service loop je gewoon niet de deur uit zonder te kopen.
  • Winkelstraten zorgen voor activiteiten waardoor publiek wordt aangetrokken. Dat kunnen stalletjes zijn met eten, maar ook demonstraties van producten of culturele voorstellingen. Winkeliers maken met elkaar afspraken hierover en maken zich er niet druk over dat de ene winkel er misschien meer aan heeft dan de andere. Waar het om gaat, is dat de straat positief in beeld komt.
  • Er wordt alles gedaan om het de klant makkelijk te maken. Zo zie je regelmatig parapluhouders die de paraplu voor je droogblazen. Zo voorkom je dat het vies wordt in de winkel, én de klant ervaart dit als een stukje service.
  • Winkels weten uitstekend categorieën te combineren. Er is ook zeer goed over nagedacht. Ze leggen daar niet zomaar wat neer; het moet echt een functie hebben en aantrekkelijk zijn. Zo hebben kledingwinkels in het centrum vaak een of twee tafels met vreselijk leuke zaken die je met kleding kunt combineren. Zo weten ze extra verkoop te realiseren. Alle soorten winkels maken hier graag gebruik van, zelfs bijvoorbeeld bakkerijen. Ze zorgen ervoor dat de artikelen op de tafel heel goed tot hun recht komen. Het zijn echte blikvangers. Dit maakt de winkel weer verrassender.
  • Winkels maken hun product “de koning”. Dat wil zeggen dat ze de winkel niet volplempen, maar de producten juist volledig tot hun recht laten komen door selectief te zijn. Daardoor vermijd je keuzestress en wordt het voor de klant veel overzichtelijker. Daarnaast hebben ze oog voor detail. In deze winkel van het merk Acmé de la Vie komt het beertjeslogo terug in het gordijn van de paskamer. In het rekje komen T-shirts en rugtassen goed tot hun recht, op een rustige manier.

Het mooie van het kijken naar retail in het buitenland is dat je altijd weer nieuwe inspiratie opdoet. Onder het motto “beter goed gejat dan slecht bedacht” kunnen Nederlandse retailers hier duidelijk hun voordeel mee doen. Zuid-Korea is inmiddels verder ontwikkeld dan Nederland en geeft een goede indicatie waar het in de retail naartoe moet gaan. Zuid-Koreanen zijn gek op online kopen, maar doen dat opvallend genoeg het liefst met eten. Met non-food vinden ze het juist geweldig om in de winkel de ervaring op te doen en om daar gezien te worden door het personeel. In Zuid-Korea is shoppen echt een sociaal verschijnsel geworden: mensen hoeven niet meer naar de winkel, maar ze willen naar de winkel. De retail in Zuid-Korea speelt daar geweldig op in en maakt winkelen aan alle kanten tot een belevenis. De Nederlandse retail kan met bovenstaande lessen haar voordeel doen en ervoor zorgen dat klanten de winkels weer makkelijker weten te vinden.

 

(*) Paul Moers – Retail en merkendeskundige en auteur van het nieuwe boek F*ck de prijs, leve de service.

Geschreven door: Amber Lilly
Geplaatst op: 31 augustus 2026